De schoonheid van verval versus de moderniteit van de campus
Foto’s van Rogier de Bode geëxposeerd in het cultureel centrum van de EUR. Door: Marc la Chapelle (2016).
Met de energie van een jonge hond en de gedrevenheid van een wervelwind is fotograaf Rogier de Bode (56) bezig met de afwerking van zijn werk, dat hij in de maand oktober exposeert in het Cultureel Centrum van de Erasmus Universiteit. Nu eens verandert hij de volgorde waarop de foto’s moeten hangen, dan weer bekijkt hij de afdrukken van zijn werk van een afstand, waarbij hij één oog dichtknijpt, alsof hij de foto op dat moment opnieuw maakt. Het geëxposeerde werk van de Bode bevat voornamelijk afbeeldingen van details van gebouwen in verval. Bladderende verf op krakkemikkige houten deuren, verzakte vensters, scheef hangende luiken…
Een groot contrast met de moderne architectuur en het robuuste beton van de gebouwen op de Erasmus Campus. “Ik vond het een uitdaging om voor deze expositie foto’s te kiezen die niet alleen laten zien dat verval heel mooi kan zijn, maar die er ook voor zorgen dat je de omgeving positiever ervaart”, zegt de Bode als wij hem later even spreken. “De moderniteit van de campus wordt lang niet door iedereen als positief beleefd, maar in contrast met het verval dat te zien is op mijn foto’s komt de bouwstijl van de campus in een meer optimistisch daglicht te staan”, meent de Bode.
Uit de manier waarop we de fotograaf bezig zagen met het inrichten van de expositie bleek al dat we hier te maken hebben met een kunstenaar die precies weet wat hij wil. In het gesprek dat ik later met hem voer blijkt  de Bode daarnaast een duidelijke visie op fotografie te hebben. Hij gelooft dat elke foto uniek is. “Het is onmogelijk om van het zelfde object of onderwerp twee keer dezelfde foto te maken”, legt hij uit. “Een foto is een combinatie van een object op een bepaalde locatie, op een bepaald tijdstip, met bepaald licht en gezien door een bepaalde fotograaf”. Daarnaast gelooft de Bode dat hij door in te zoomen op de details van de objecten die hij fotografeert, de foto’s meer generiek maakt. “Kijk om je heen”, zegt hij, “je ziet hier een verzameling foto’s van deurposten, ramen en luiken. En juist doordat je de gebouwen waar ze deel van uitmaken niet als geheel ziet, valt de gebladderde verf op. En daardoor wordt  het thema ‘verval’ belicht.”. En lachend voegt hij toe: “Als ik niet had ingezoomd was het denk ik een leuke verzameling vakantiekiekjes geweest”.
Als ik later in het gesprek aan Rogier de vraag stel wat hem als fotograaf drijft, verraadt de vurigheid van zijn antwoorden de passie van een ware kunstenaar. “Ik wil graag momenten uit mijn leven delen met andere mensen”, zegt hij. “Vormen inspireren mij en ik ben altijd enorm gefascineerd door licht, dat ervoor zorgt dat dezelfde vormen steeds weer op een andere manier aan je gepresenteerd worden. Van dat spel tussen vorm en licht kan ik zo genieten, dat ik het wil vastleggen en aan anderen wil laten zien…”.  
The beauty of decay versus the modernity of the campus